Rapport Monitor Seksueel geweld tegen Kinderen 2020-2024

Begin december verscheen het rapport over de Monitor seksueel geweld tegen kinderen 2020-2024. De cijfers uit het rapport laten zien dat het aantal meldingen van fysiek seksueel misbruik bij kinderen blijft stijgen (*1); in deze periode zijn 17.000 meldingen bij politie in behandeling (geweest). Van het gemelde seksueel geweld tegen kinderen vindt 60% plaats in een woning. Daarnaast blijkt opnieuw dat een aanzienlijk deel van het seksueel geweld tegen kinderen, gepleegd wordt door een leeftijdsgenoot (bij ongeveer 26% gaat het om een minderjarige verdachte).

In 2024 zijn er daarnaast ook ruim 70.000 (!) meldingen binnengekomen bij het Team Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme (TBKK) van de politie, bijna een verdubbeling ten opzichte van 2021 (*2). Daarbij is een grote en zorgwekkende toename te zien van minderjarigen die onder dwang of misleiding beeldmateriaal maken en delen. 

Het rapport verwijst ook naar onderzoek van Fonds Slachtofferhulp, waaruit bleek dat één op de twee jongeren tussen de 12 en 25 jaar ooit te maken heeft gehad met online seksueel misbruik en/of online seksuele intimidatie. Ook ondervinden veel jongeren op korte en lange termijn negatieve gevolgen van wat zij online hebben meegemaakt. Dat in de concept-kerndoelen maar beperkt aandacht is voor vormen van online seksueel geweld, noemt het rapport daarom ook opvallend en een verbeterpunt. 

Kenmerken van slachtoffers en plegers

De meeste (69%) minderjarige slachtoffers zijn tussen de 12 en 17 jaar oud. In de meeste gevallen (tussen de 80 en 90%) is de pleger een bekende van het slachtoffer, vaak een klasgenoot, online of offline vriend(in), ex-vriend(in). De groep 16- en 17-jarigen wijken hierin af; bij hen vindt het seksueel misbruik vaker binnen het gezin plaats. Online seksueel geweld wordt vaker door een onbekende gepleegd: in bijna de helft van de gevallen is de pleger een onbekende. 

Hoewel het beeld in de maatschappij is dat een pleger van seksueel geweld een volwassen (witte) man is, blijkt uit het rapport dat in 26% van de gevallen de verdachte pleger minderjarig is (in 0,4% van de gevallen zelfs jonger dan 10 jaar!). Het beeld dat de pleger een man is, blijkt wel juist: in 96% van de gevallen is de verdachte een man. Uit het rapport komt een zorgelijk verband tussen de leeftijd van de verdachte en die van het slachtoffer naar voren: hoe ouder de verdachte, hoe jonger het slachtoffer (paragraaf 2.1.3, p.79).

Aanbevelingen uit het rapport

Naast deze zorgwekkende bevindingen uit het rapport, zijn er ook aanbevelingen voor ouders en onderwijs als het gaat om veilige relatievorming en relationele veiligheid.  

“Kinderen moeten al op jonge leeftijd leren wat oké en niet oké is op het gebied van relaties en seksualiteit.” Het rapport noemt de ontwikkeling van de nieuwe kerndoelen als positief, hoewel er nog verbeterpunten zijn, omdat daarmee concreter wordt welke taak het onderwijs heeft als het gaat om relationele en seksuele vorming. 

Een andere aanbeveling is om vanuit de overheid budget beschikbaar te stellen voor onder andere de (door)ontwikkeling van goed onderbouwd lesmateriaal op het gebied van (online) seksueel grensoverschrijdend gedrag. Hiermee worden scholen in staat gesteld om aan de hand van bewezen effectieve methoden kwalitatief goede relationele en seksuele vorming te geven.

Wat wij doen

Ouders hebben een belangrijke taak in de relationele en seksuele vorming van hun kinderen. Veel ouders vinden dit spannend en weten niet goed hoe ze dit kunnen aanpakken. Als stichting werken we daarom aan het versterken van de rol van ouders door bijvoorbeeld onze webinars voor ouders en de ouderavonden die we op scholen en bij geloofsgemeenschappen verzorgen.

Scholen hebben ook een rol in de seksuele en relationele vorming. Niet alleen door te signaleren wanneer het misgaat (thuis of op school), maar ook door preventief les te geven over (seksueel) grensoverschrijdend gedrag. Om leerkrachten hier handvatten voor te geven, trainen wij leerkrachten in het sensitief werken, met of zonder onze lesmethode. Via onze (door het RIVM erkende) lesmethode Veiligwijs werken we daarnaast aan het versterken van een positieve, gezonde en veilige relationele en seksuele ontwikkeling voor elk kind.

Onze zorg

Als stichting zetten we ons in voor veilige relatievorming. We weten echter ook dat niet elke relatie veilig is en dat niet elk kind veilig opgroeit. We vinden het daarom ook zorgelijk om te lezen dat het opvolgen van signalen van (seksueel) misbruik niet altijd goed gaat. Er zijn voorbeelden waarbij een moeder die, in of na een scheiding, een melding maakt van seksueel misbruik door haar partner, door de jeugdbescherming wordt verweten negatief over de andere ouder te praten. Of voorbeelden waarbij een kind, ondanks verdenkingen of melding van misbruik, gedwongen wordt om ‘gewoon’ bij de verdachte van misbruik te verblijven. In ons rechtssysteem lijkt ‘omgang’ nog steeds zwaarder te wegen dan veiligheid. Het Verdrag van Istanbul (*3) is opgesteld om in te zetten op veiligheid. Toch blijkt die veiligheid nog regelmatig niet goed geborgd te worden, met veel ernstige gevolgen. 

Juist uit dit Rapport blijkt hoe vaak seksueel geweld voorkomt, ook tegen kinderen. Het is ontzettend belangrijk dat we deze signalen en meldingen goed opvolgen, want het onjuist of onvoorzichtig opvolgen kan schadelijke gevolgen hebben (*4). Om te kunnen garanderen dat signalen goed worden opgevolgd, moet er in het rechtssysteem en in de jeugdbescherming veel veranderen. Toch begint het bij de opvoeding en het onderwijs: we moeten kinderen leren hoe ze zelf veilig zijn, èn hoe ze zelf voor een ander veilig kunnen zijn en blijven.  

 

Wil je het rapport zelf lezen? Dat kan via deze link.

*1: Deze stijging is niet alleen slecht nieuws. De toegenomen maatschappelijke aandacht lijkt de drempel om te praten over seksueel misbruik en om dit melden te hebben verlaagd. Het is dus waarschijnlijk dat er geen stijging is in hoe vaak seksueel misbruik voorkomt, maar alleen in het aantal meldingen.

*2: Dit betekent niet dat er ook een verdubbelde hoeveelheid beeldmateriaal te vinden is; het grootste deel van de meldingen gaat over materiaal dat al bekend is bij het TBKK of dat ook door anderen wordt gemeld.

*3: Het Verdrag van Istanbul gaat over de preventie van geweld tegen vrouwen en meisjes en van huiselijk geweld. Het verdrag creëert een bindend juridisch kader om vrouwen tegen geweld te beschermen.

*4: Zie bijvoorbeeld https://journals.sagepub.com/doi/abs/10.1177/10778012241292260 of https://nscr.nl/app/uploads/2020/10/Elbers-Becx-2020-Rapport-Secundaire-victimisatie-als-probleem-herstelrecht-als-oplossing.pdf?utm_source=chatgpt.com of https://openurl.ebsco.com/EPDB%3Agcd%3A14%3A33153486/detailv2?sid=ebsco%3Aplink%3Ascholar&id=ebsco%3Agcd%3A87302213&crl=c&link_origin=scholar.google.com of https://journals.sagepub.com/doi/abs/10.1177/1077801208320245

 

Door: Myrthe Ebbers

Laat een reactie achter

Gerelateerde berichten

Zorg voor Seksualiteit - kennis informatie 6

Veilige relatievorming en sociale media

Een NOS nieuwsbericht met een duidelijk signaal in de goede richting; Deze week sprak ik nog met iemand van de GGD, o.a. over hoe #seksuelevorming en mediagebruik niet meer los te koppelen zijn. Zelf werken we aan de doorontwikkeling van onze lesmethode Veiligwijs, waar ook in de
Stockfoto webinarsessie bijgesneden

Rapport Monitor Seksueel geweld tegen Kinderen 2020-2024

Begin december verscheen het rapport over de Monitor seksueel geweld tegen kinderen 2020-2024. De cijfers uit het rapport laten zien dat het aantal meldingen van fysiek seksueel misbruik bij kinderen blijft stijgen (*1); in deze periode zijn 17.000 meldingen bij politie in behandeling (geweest). Van
Zorg voor Seksualiteit - kennis informatie - Hoe maak je seksualiteit op een veilige manier bespreekbaar in de klas

Dilemma’s in de klas: een review van lesmethodes

Afgelopen zomer (2025) kreeg het debat over huiselijk en intiem geweld nieuwe urgentie door meerdere gewelddadige incidenten, waaronder de moord op de 17-jarige Lisa uit Abcoude. Deze gebeurtenis leidde tot landelijke demonstraties en een hernieuwde publieke discussie over de veiligheid van vrouwen. In dit kader