Veilige relatievorming heeft mijn hart, en toch is het zo ingewikkeld. Op het oog sterke personen kunnen in heel onveilige situaties en relaties terecht komen. Dit gaat niet alleen over kwetsbare kinderen of jongeren; zij wórden kwetsbaar, doordat een ander hun sterke en zwakke plekken kent.
Het is positief dat er nu zoveel mannen en vrouwen opstaan en zich uitspreken tegen geweld, tegen ongelijkwaardigheid en tegen onveiligheid. Dat onderschrijf ik helemaal. Toch voel ik me ook klem zitten. Want in veel gevallen van misbruik, zoals (seksueel misbruik) en (verborgen) huiselijk geweld, is het niet zo duidelijk. Het meeste hiervan gebeurt in familie- en partnerrelaties. Maar hoe herken je nog wat goed en niet goed is, als je ook van iemand houdt?
Een dader is in de meeste gevallen een gewoon persoon; vriendelijk, meelevend en iemand van wie je het niet verwacht. Iemand wordt pas een dader, als die herkend en erkend wordt als dader. Maar juist door de verwarring en afhankelijkheid die er door de dader wordt gecreëerd is het vaak zelfs voor het slachtoffer (kind, jongere èn volwassene) heel moeilijk te herkennen, zich uit te spreken of weg te gaan.
We leren kinderen hun grenzen aan te geven, te voelen wat hun wensen zijn of wat respect betekent. Eigenlijk gaat dat vooral over henzelf.
Ik denk dat daar nog iets bij kan komen. In onze gesprekken thuis, en op school: hoe herken je of je veilig bent bij een ander? En hoe zie en merk je dat aan het gedrag van de ander?
Veel daders van verborgen (seksueel) misbruik of huiselijk geweld zijn mensen die niet kunnen invoelen in de ander, niet kunnen reflecteren of geen verantwoordelijkheid nemen, ondanks dat ze naar de buitenwereld (en vaak ook naar het slachtoffer) toe de indruk wekken dat wèl te doen.
Is het slachtoffer gevoelig of empathisch, dan is de kans extra groot dat hij of zij zich verantwoordelijk of schuldig voelt over wat die ander doet. Ook al is dat wat die ander doet niet goed.
Het is daarom nodig om kinderen en jongeren bewust te maken van waar zij verantwoordelijk voor zijn, en waar niet. We mogen en moeten hen leren dat zij geen schuld hebben aan het gedrag van de ander, dat ze herkennen wanneer dat gedrag onveilig is en dat ze het waard zijn dan op te staan.
Door: Arjet Borger-Korf









